Wetenschappelijke onderbouwing


De methodiek van Interfysiek wordt door diverse wetenschappelijke onderzoeken onderbouwd. Op deze pagina vindt u een aantal links naar de belangrijkste wetenschappelijke artikelen die onze werkwijze onderbouwen. Daaronder vindt u een samenvatting van het onderzoek van Dr. H. Beijer naar de effectiviteit van de methode waar Interfysiek mee werkt (Physical Sense methode) bij de behandeling van RSI klachten.


Chronic non-specific low back pain – sub-groups or a single mechanism?

Doorbloeding van de onderarmen bij mensen met RSI (J. Brunnekreef et. al.)

Repetitive strain injury: a novel focus on an ancient problem (J. Brunnekreef et. al.)

Veranderingen in de doorbloeding van de nekspieren bij mensen met chronische nekklachten ( Larsson et. al. )

Veranderingen in de projectievelden van de motorische cortex van de grote hersenen

De invoed van RSI-klachten op de kwaliteit van leven ( J. Sluiter )

zie ook: RSI zit niet tussen de oren

Computer use exposed (J.M. Richter 2009)

Het belang van observeren en nadoen (artikel van Prof. dr.Peter J. Beek in ‘sportgericht’ 2012)

 


Genezing van RSI patiënten,
een pilotstudie naar de effectiviteit van de Physical Sense-methode

Dr. Hein Beijer, epidemioloog

Samenvatting
Dit onderzoek is opgezet als een pilotonderzoek, om een eerste beschrijving te geven
van het effect van een nieuwe interventie bij RSI klachten. Dit wordt in de toekomst gevolgd door een RCT.

De interventie bestaat uit een monodisciplinaire aanpak, gericht op reconditionering van
natuurlijk bewegingsgedrag. Reconditionering vindt plaats door middel van een sensomotorisch leerproces.

De effectiviteit van de interventie werd bepaald met behulp van het percentage curatie.
Hierbij werd een voor-, nameting en follow-up in de vorm van een enquête gehanteerd. Het curatiepercentage werd vergeleken met het percentage curatie van voorgaande therapieën van deze patiënten, resulterend in de parameter Number Needed to Treat (NNT).

Deze interventie bij RSI klachten heeft een curatie percentage van 78%; vergelijk hiermee 21% bij voorgaande andere therapieën.
In epidemiologische termen: NNT = 1,7 en dat is een goede score voor de kwaliteit van deze therapie.

Inleiding
RSI is geen welomschreven ziekte maar een containerbegrip. De klachten hebben geen duidelijke oorsprong en er is geen werkzame therapie bekend. Er is veel debat over de mogelijke etiologie van RSI, dit heeft echter niet geresulteerd in effectieve behandeling van RSI klachten (GR99). Er is wel een verklaringsmodel gepubliceerd; misschien is de hypothese van Harris (The Lancet, 1999), gebaseerd op het werk van o.a. Ramachandran en Byl, nog wel de meest veelbelovende. Volgens deze hypothese heeft RSI overeenkomst met fantoompijn. De locatie van de pijn is perifeer, de oorzaak van de pijn ligt – volgens de hypothese van Harris – in veranderingen in de projectievelden van de motorische cortex van de grote hersenen, een begrip dat bekend staat als “plasticiteit van de hersenen” (Harris 1999).

Harris beschouwt deze veranderingen niet als definitief, maar als reversibel. In de terminologie van Harris (1999): “unlearning” of “deconditioning”. Vertaald naar RSI kan dit geformuleerd worden als:
RSI is “aangeleerd” en kan daarom ook afgeleerd worden.

Vrijwel alle papers in de literatuur adviseren om meer onderzoek te doen naar de oorzaken van RSI; de bottom line is telkens dat de bestaande ‘therapieën’ slechts weinig effectief zijn.

Het advies van de Gezondheidsraad meldt een effectiviteit van 20 – 40% (GR99). Feitelijk kan gesteld worden dat een effectieve therapie ontbreekt, terwijl RSI klachten ernstige individuele en maatschappelijke problemen tot gevolg hebben en zullen hebben.

Daarom lijkt het op dit moment belangrijker een therapie te vinden die werkelijk effectief is dan een verklaring van het fenomeen RSI op te stellen.

Korte beschrijving van de interventie
De interventie bestaat uit een monodisciplinaire behandeling, gericht op reconditionering van natuurlijk bewegingsgedrag. Reconditionering vindt plaats met een sensomotorisch leerproces waarin wordt geleerd van proximaal naar distaal. Op basis van waarneming wordt de individuele probleemdefinitie geformuleerd; hierin wordt getracht om in de bewegingsketens oorzaak en gevolg te onderscheiden. De invulling van de probleemdefinitie is bepalend voor de operationalisering en de volgorde van doelen in het leerproces.

Methode onderzoek
Selectie van de patiënten: verwezen door bedrijfsarts, huisarts of specialist (69%) of fysiotherapeut (26%) of meldden zich aan op eigen initiatief (4%). Wanneer bleek dat toch andere problemen dan RSI een rol speelden, werden deze patiënten niet tot het onderzoek toegelaten.

Beschrijving enquête
3 momenten in de tijd: bij intake, bij afronding van de therapie en 2 maanden na afronding.
25 vragen met voorgedrukte antwoorden, met ruimte voor commentaar door de patiënt.

In de enquête werd gevraagd naar eigen oordeel over klachten, belemmeringen, (dis)functioneren, ziekteverzuim, arbeidsverzuim, WAO, medische consumptie en voorafgaande behandeling. Na afloop van de behandeling werd naast genoemde onderwerpen ook gevraagd hun oordeel te geven over het resultaat van de interventie.

Verwerking gegevens
Dataverwerking in MS Excel en SPSS.

De effectiviteit van de interventie werd bepaald met behulp van het percentage curatie. Hierbij werd een voor-, nameting en follow-up in de vorm van een enquête gehanteerd. Verder werd het curatiepercentage vergeleken met het percentage curatie van voorgaande andere therapieën van deze patiënten, resulterend in de parameter Number Needed to Treat.

Deze NNT is het aantal patiënten dat – in theorie – zou moeten worden behandeld om één patiënt voor 100% te genezen. Bijv. als behandeling A 15% meer patiënten beter maakt dan behandeling B dan is NNT = 1/15% = 6,7 afgerond 7. De parameter NNT wordt gebruikt om de kwaliteit van de evidence zichtbaar te maken, wanneer een Randomised Controlled Trial niet tot de mogelijkheden behoort.

Resultaten
Het onderzoek heeft plaatsgevonden van 01 januari 2001 tot en met 1 januari 2003.

Totaal waren 346 patiënten in behandeling genomen; 33 patiënten zijn nog in behandeling, 313 patiënten zijn klaar met behandeling, 215 intake-enquêtes werden geretourneerd, 181 exit-enquêtes werden geretourneerd, 34 exit enquêtes zijn nog niet retour.

Ziekteverzuim door RSI is aanmerkelijk: gemiddeld 99 dagen over de laatste 12 maanden, range 0 – 12 maanden.

Ziekteverzuim door andere oorzaken dan RSI is gering: gemiddeld 4 dagen over de laatste 12 maanden, range 0 – 100 dagen.

WAO: 34 van de 181 patiënten (19%) waren geheel (38%) of gedeeltelijk (62%) arbeidsongeschikt verklaard.

Bij het eerste vermoeden van RSI verschijnselen, waren de klachten voornamelijk gelokaliseerd in de pols, onderarm en schouder; bij intake was het aantal patiënten met klachten op elke locatie in de keten vingers – rug verdubbeld tot verdrievoudigd.

Het oordeel van de patiënten over het resultaat van de behandeling varieert van ‘goed, geen belemmeringen meer’ tot ‘klachten worden erger’.

Samenvattend

RSI-behandeling bij Interfysiek

Tabel: RSI-behandeling t.o.v. voorafgaande behandelingen